De Bullmastiff

Ontstaan

Oorspronkelijk is de bullmastiff een kruising van een mastiff en een bulldog waarbij getracht werd het maximum te halen uit de kracht van de bulldog en de lenigheid van de mastiff.

De Mastiff was oorspronkelijk een oorlogshond. De Engelse Bulldog, wiens voorouders uit Spanje kwamen werd in Engeland gefokt voor de hondengevechten. De  Bulldog van toen was niet de goede lobbes van nu. Hij was in uiterlijk hoger op de benen, minder zwaar gebouwd met een zwaar hoofd, bijzonder temperamentvol en een grage bijter.

De eerste honden werden gebruikt om 's nachts stropers te vangen. In december 1924 erkende de Kennelclub het ras als zodanig en schreef de eerste Bullmastiff in het hondenstamboek. Later werd de hond gebruikt als waakhond, verdedigingshond en gezelschapshond.

Karakter

Oorspronkelijk is de bullmastiff gefokt om stropers te pakken, met maar 1 doel  dat ze niet teveel werden toegetakeld zodat ze nog in redelijk goede toestand konden worden opgehangen. De honden waren dus getraind om te pakken, neer te leggen en vast te houden. Dit in tegenstelling waar ze nu voor dienen (het gezin).

De Bullmastiff is van zichzelf lief en zachtaardig, maar je moet wel weten dat het pakken en neerleggen er genetisch ingebakken zit. Fokkers van nu houden er zeker rekening mee door karakters te vergelijken / observeren en informatie delen voor zij over gaan tot het fokprogramma. Dat wil zeggen dat de Bullmastiff van nu zeker de Bullmastiff van toen niet is.

Met kinderen zijn ze super lief wat niet wil zeggen dat je een bullmastiff met kinderen alleen mag laten (dat mag je trouwens ook met geen enkele andere hond doen).

Meer nog dan andere honden is de Bullmastiff trouw en hij zal zijn roedel beschermen ten koste van alles (zijn gezin).

Het is een hond die veeleisend is wat betreft contact met de baas. Om hem een gezellig gezinsleven te bieden is dan ook een pre, en een kennelhond zal dan ook anders opgroeien als een hond in huis. Veelal hebben fokkers meerdere Bullmastiffs wat niet altijd samen gaat. Want wie zegt dat Bullmastiffs roedeldieren zijn onder hun eigen soort en zelfs buiten hun eigen roedel kan hier snel op terug komen. 

De Bullmastiff heeft ook een eigen mening  en hij zal dan ook niet klakkeloos bevelen opvolgen. Het vergt wat tijd maar zeker de moeite waard. Ze beslissen zelf wanneer ze er mee willen stoppen of überhaupt zin er in hebben. kortom noemen wij ze koppig.

Het is een fantastisch ras , dan nog is de Bullmastiff niet voor iedereen een geschikte hond. Begin er niet aan indien je geen ervaring hebt met honden in het algemeen en met molossers (zoals doggen, rottweilers, boxers) in het bijzonder.

Ga zeker niet alleen voor uiterlijk ( grof en groot ) of perse een reu , denk aan uw gezinssituatie. Staat iedereen achter het besluit van de keuze die u maakt om een Bullmastiff aan te schaffen. Daarom wordt enige kennis van het ras zeer op prijs gesteld als baas, maar zeker ook als gezin. Het mag niet zo zijn dat de Bullmastiff door zijn geschiedenis of onkunde in de opvoeding alsnog op de lijst van de HR honden wordt opgenomen. Deze grote vriendelijke lobbesen behoren tot je beste vriend. Daarom ” Een Bullmastiff heb je niet voor even, maar voor zijn hele leven”.

Ras standaard

Algemeen: krachtig, met veel massa, maar niet lomp.

Schedel:

groot en vierkant vanuit elke hoek bekeken, met plooivorming als hij geïnteresseerd is maar niet in rust.

De voorsnuit:

is kort en de afstand van de neuspunt tot de stop moet bij benadering een derde zijn van neuspunt tot de voorhoofd. De neusrug moet breed blijven tot de neuspunt.

Vacht:

Kort en hard, weerbestendig, vlak aanliggend.

Kleur:

gestroomd, zandkleurig of rood. De kleur dient zuiver te zijn. Een kleine witte aftekening op de borst is toegestaan. Andere witte aftekeningen zijn ongewenst. Een zwarte voorsnuit is essentieel, omhooglopend afnemend tot en zwart rond de ogen.

Beschrijving:

de oren zijn V-vormig naar voren gevouwen, hoog en ver uit elkaar aangezet en geven met de bovenkant van de schedel een vierkante indruk. De hals is zeer gespierd en van bijna dezelfde omtrek als de omvang van de schedel. De borst is breed en diep. De lendenen zijn breed en gespierd met diepe flanken. De dijen zijn sterk gespierd.

FCI standaard nr. 157c – Goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de FCI op 23 en 24 juni 1987 te Jerusalem.

Voor een uitgebreide beschrijving van het ras en de ras standaard verwijzen wij naar de website van de Bullmastiff Club Nederland

 

Bron: Bullmastiff Club Nederland